Arwin de arbeider.

15 March 2010
Even maar toch niet voor altijd, hij zat verzonken in gedachten aan tafel zijn bier leeg te drinken.
In de tuin stond een vogelhuisje dat door zn opa is gemaakt. Een van de laatste herinneringen aan hem.
Chaotisch was alles in zijn hoofd maar hij had duidelijke gedachten voor ogen. Verdwaald maar met een doel.
Wetend maar toch beangstigend op wat zijn dag nu weer voort zal brengen.
Nadat Arwin zijn bier op had bleef hij toch nog even naar buiten staren.
Gefascineerd keek hij naar het Roodborstje dat landde op het huisje.
Er zat nog allemaal rijst in van gisteren. Het vogeltje bewoog tippend naar de rijst toe.
Keek of het nog eetbaar was, en draaide zijn hoofd.

"Als je heel rustig naar vogels kijkt dan vliegen ze niet weg" vertelde opa vroeger.
"Ze letten namelijk op beweging." Zo bleven we vroeger heel erg stil kijken naar de vogeltjes.

Het roodborstje vloog weg vanwege een opschrik uit de bosjes.
"Ja hoor het zal wel weer eens de kat wezen, kon je het niet laten om roodborstjes te pesten?" De kat zag Arwin op zijn stoel zitten en sprintte richting het raam.
Hij richtte zich op en zette zijn pootjes tegen het glas aan.
"Mauw? mauw?"" zei de poes.
"Heb je alweer honger? Je hebt nog geen uur geleden eten gehad!." riep Arwin en hij deed de deur open en de kat begon tegen zijn voet te vleien.
Ze liep naar de keuken toe om te kijken wat voor lekkers er in zijn bak lag.
Arwin woonde in een rijtjes huis een paar kilometer van de stad af.
Hij had een baan bij een fabriek in de buurt. Het was niet zo heel geweldig werk want het was zwaar.
Het betaalde redelijk maar niet genoeg om elk jaar naar Frankrijk op vakantie te kunnen gaan. Hij hield van Frankrijk zijn favoriete land.

Zijn baan was het in de gaten houden van de zuurbaden van de metaal fabriek. In de hete hitte de stalen ijzers controleren, of deze nog wel de goeie kleur behielden, en of het verf niet afbladderde.
Vandaag had hij gelukkig geen werk. Hij genoot van zijn vrije dag. Een dag waarop hij alleen maar aan de katten hoefde te denken.
Voor de rest speelde hij een beetje gitaar alleen hij had nooit genoeg tijd om echt goed gitaar te leren spelen.
Hij wilde ooit een Rockster worden. Maar de droom was lang verloren gegaan toen hij bedacht dat hij zijn kat achter moest laten, en hoorde dat hij een van zijn vingers niet volledig kon bewegen.
Ondanks dat was hij heel erg tevreden met zijn leven in Engelbert.

Hij liep naar buiten om zijn Motor van slot te halen. Deze zag er ook uit als een stoere motor, een langwerpige met 2 lange uitvoerbuizen.
Een van Arwins hobby's was dan ook rondrijden over de wegen. Even geheel je hoofd leegmaken, al je zorgen in de wind laten uitwaaien.
Hij stapte op zijn motor en reed de Engelberterweg op. De wind wapperde door zijn haren en de helm die hij ophad gedaan leek haast weg te waaien zo snel reed hij over de weg.

Toen hij eenmaal in de stad was beland vroeg hij zich af hoe is het eigenlijk met Ray? Arwin en Ray zijn kameraden van het werk en vorige week werkten ze op dezelfde afdeling bij het bedrijf.
Voor Ray was het nieuw werk en Arwin moest hem begeleiden met het verplaatsen van de grote rekken. Op deze rekken zitten ijzeren balken en soms zit er nog gloeiend heet zuur op de balken.
Ray pakte een balk vast en verbrande een stuk van zijn hand. De ambulance werd ter plekke gebeld en kwam na 20 minuten eindelijk om Ray te helpen.
Ray bleef meer schreeuwen. Ik ken dan veel mensen maar schreeuwen van pijn is iets wat Arwin niet zou doen. Gelukkig bleek het in het ziekenhuis nog wel mee te vallen hij zou een stukje huid beschadigd hebben. Vorige week was hij alweer uit het ziekenhuis.
Hoe zou het met hem zijn? Arwin stopte de motor voor zijn Rays zijn huis. Het was een hoekhuis. Van rooie stenen in de tuin stond een klein vijvertje met goudvissen. D'r liep een groot stenen pad door de tuin heen.
Het pad liep uit op een grote voordeur haast zo groot als een kerkdeur. Dit leek erg absurd want een klein huis als dit met zo'n grote voordeur!
Hij klopte aan op de deur maar kreeg geen gehoor. Ditmaal klopte Arwin harder aan. Hij wachtte 10 minuten maar er leek niemand thuis te zijn.

Wat is er toch aan de hand? is hij boodschappen aan het doen? Normaal is hij rond dit tijdstip thuis.
Ray hield net zoveel van zijn bier als hij van vrouwen hield. Maar in de kroeg om 9 uur avonds? Het zou kunnen.
Hij pakte zijn mobiel drukte de toetsen van zijn nummer in. De mobiel ging over en over en nog een keer. *tuut ....Tuut......Tuuut..... Dit is de voicemail van.Ray.." Arwin hing op. Dit is niet normaal? Normaal heeft Ray zijn mobiel altijd bij je.

Iets leek niet in de haak maar hij kon zijn vinger er niet opleggen. Hij zal wel zijn mobiel vergeten zijn. Arwin liep naar zijn motor toe en reed weg...

[u]To be continued..[/u>]
Categorie: Verhalen
Mood: Good :)
Listening to: Silence of my pc